'Virtuele stadsgasten'


August Hans den Boef
In: Ons erfdeel,
jg. 41, nr. 2, 1998.

Het werk van Sybren Polet - bewonderd in de jaren vijftig en zestig, maar door de dominante kritiek van de jaren zeventig en tachtig bijkans verguisd - beleeft de laatste jaren een ware come-back. Vooral zijn proza staat weer volop in de belangstelling: de serie van acht romans die samen de Lokiniade vormen en met elkaar bij na veertig jaar literatuur beslaan.
Een kort overzicht van de cyclus (overigens kunnen de meeste romans eruit afzonderlijk gelezen worden). De eerste roman Breekwater
(1961) behelst de confrontatie tussen de oudere zakenman Breekwater en de jongeman Lokien Perdok, een schrijver. Het is ook een beschrijving van het verval van de oude man en een verslag van de jongere over het zoeken naar de vader. Verboden tijd. Een tijdfabel (1964) behandelt de kinderjaren van Lokien, waarin hij door zijn oudere broer, Klooster, wordt onderdrukt en beschrijft de manier waarop hij, later volwassen geworden, zich met vertaalwerk in leven houdt en zich van deze surrogaat-vader bevrijdt.
In Mannekino. Een realistische fabel (1968) staat de copywriter Lokien tegenover het financiŽle wonderkind Guido en kan hij nog maar juist voorkomen dat die bezit neemt van zijn bewustzijn. De eerste druk van deze roman was voorzien van een nawoord van Paul de Wispelaere, dat een grote invloed zou hebben op de interpretatie van Polets werk tot dan toe. Later zou Polet de eerste drie romans bestempelen tot "deel een" van de cyclus.
Een transformatie vormt het begin van De sirkelbewoners. Een model (1970). Hierdoor komt Lokien, inmiddels pr-man bij de gemeente Amsterdam, in een andere werkelijkheid terecht, waarin hij een radicale geschiedenisleraar is. Tegelijkertijd materialiseert een "psychoon"
- een soort rondzwevende geest - zich tot de primitieve persoonlijkheid Kilo.
De vijfde aflevering van de Lokiniade, De geboorte van een geest. Een kadercollage (1974), gaat vooraf aan De sirkelbewoners - net als Verboden Tijd een fase voor Breekwater beschrijft. De vijfde roman eindigt met die transformatie uit de vierde en beschrijft de preoccupatie van Lokien in zijn hoedanigheid van pr-man met de geschiedenis van de stad Amsterdam. Met zijn voorganger vormt De geboorte van een geest het tweede deel van de cyclus.
Weer een latere fase uit het leven van Lokien beschrijft de meest lijvige roman uit de cyclus (het boek vormt dan ook in zijn eentje het derde deel), Xpertise of De experts en het rode lampje (1978). Geen ondertitel! Lokien is nu een 42-jarige auteur die met reportages voor een glossy damesblad in zijn levensonderhoud voorziet. Hij woont in een buitenwijk, alleen, na zijn tweede scheiding. Met de transformatie had hij ook een andere vrouw, zelfs een heel gezin gekregen in plaats van zijn vrouw Mirjam.
Sommige lijnen uit de vorige romans worden 1 in Xpertise afgesloten, andere doorgetrokken.
Lokien wordt met een hele stoet personages uit de cyclus geconfronteerd - zo blijkt Mirjam toevallig tegenover hem te wonen - meestal ook in de stijl die met die van de betreffende romans overeenkomt. Hierdoor ontstaan weer nieuwe perspectieven op de Lokiniade. Een belangrijke nieuwe afsplitsing van Lokien is de detective Perdox.
Naarmate de cyclus vordert, wordt ook de politieke betrokkenheid groter. Aanvankelijk zijn Lokien en zijn jonge vrienden non-conformisten die een afwijzende houding tegenover het establishment van de jaren vijftig aannemen. In het jongetje Guido demonstreert Polet de terreur van het geld. Heel sterk is de betrokkenheid in De sirkelbewoners. Zowel Lokien als Kilo zijn lid van een revolutionaire partij die onder andere aanslagen pleegt. Verder worden provo-achtige situaties beschreven en is de roman gelardeerd met historische teksten over utopische maatschappijmodellen.
Dit type historisch citaat speelt een nog grotere rol in De geboorte van een geest; daarin nemen volksopstanden in de stad Amsterdam en de slavernij in de Nederlandse koloniŽn een belangrijke plaats in.
In Xpertise is geen sprake meer van een centrale thematiek, laat staan van een centraal politiek element: de betrokkenheid is meer diffuus over de verschillende fragmenten van de roman verspreid, zoals het personage Lokien ook over verschillende afsplitsingen is verdeeld.
Achteraf bleek Xpertise geen slot van de cyclus (de roman die erop volgde, De hoge hoed der historie, is nooit gepubliceerd), want een kleine indicatie dat Polet de figuur Lokien niet kon loslaten, zit al in de verhalenbundel In de arena (1987). Net als in de cyclus hanteert Polet hier allerlei genres en historische perioden, maar nu telkens geconcentreerd binnen een afzonderlijk verhaal. En in elk verhaal komt wel een afsplitsing van Lokien voor, echter zonder verwijzingen naar de cyclus.
Met De andere stad. Een labyrint (1994) begint Polet gewoon weer aan het vierde deel van de cyclus, waaraan inmiddels ook een achtste roman, Stadsgasten. Anamorfosen (1997) is toegevoegd. Nog sterker dan in het eerste geval reageerden critici verheugd op het verschijnen van Polets Stadsgasten.
Aanvankelijk lijkt De andere stad een wat minder experimentele voortzetting van het leven van Lokien en van de stad Amsterdam - eveneens een centraal personage in de cyclus. Zij zijn beiden ouder geworden, Lokien heeft weer een relatie met Mirjam en hij ontmoet ook weer andere figuren uit de cyclus. Een nieuwe gedaante van de stad blijkt een kaalgeslagen vlakte waar zich zwervers, nomaden en autonomen hebben gevestigd. De stad wordt een virtuele stad genoemd - het lijkt of deze term voor Polet is bedacht - want er blijken weer afsplitsingen te zijn. Samen met een gemaskerde vrouw vermoordt Lokien een Latijns-Amerikaanse oud-SS'er. Detective Perdox ontdekt dat de diverse losse lichaamsdelen die op verschillende plaatsen van de stad zijn aangetroffen een kruispunt vormen precies op de plek waar hij vroeger heeft gewoond.
Zo is er een visioen (?) van Lokien, waarin hij als een oude zwerver in Amsterdam leeft - een lange passage -, vervolgens in een verzorgingstehuis belandt, bijna sterft, maar zich door een wilsact weer terugtransformeert. Het zou een act kunnen zijn van een Lokien die zich heeft gegrimeerd tot bejaarde.
In een andere afsplitsing is Lokien trouwens een kind.
De stad confronteert Lokien letterlijk met zijn verleden als hij in cafť Mannekino terugkeert en merkt dat hij vrijwel vanaf het begin daar met de camera is gevolgd.
Een nieuwe figuur is "de niet zo oude heer Grunsven". Misschien een god, misschien een norse engel, maar in ieder geval iemand die met zijn observaties Lokien op het verkeerde been zet en op een andere manier dan hij op de omringende tijd en ruimte reageert, gepreoccupeerd door het verschil tussen fictie en werkelijkheid. Of hij is een charlatan die verzint dat hij bezoek krijgt van lieden als de minister-president?
Ik ben uitgegaan van de cyclus en heb zo uitgebreid verslag gedaan van De andere stad omdat ik wilde kijken of er als vanzelf een beweging ontstaat die uitmondt in Stadsgasten.
Het verhaal begint, zoals vaak, met Lokien die door de stad loopt en merkwaardige dingen ziet als een levende archeopterix. Nog merkwaardiger is de vroegere klasgenoot Steffie die hij na jaren plotseling weer ontwaart en stiekem door de stad achtervolgt. Steffie had in zijn jeugd allerlei ambitieuze projecten, waarvan "Huur een familielid" wel het aardigst was. Onvolledige gezinnen konden bij Steffie iemand huren die de rol van het ontbrekende lid speelde, zo goed mogelijk, dus ook met negatieve karaktertrekken. Met Steffie speelden de jongens ook het Spel der Vergissingen naar aanleiding van het hypercorrecte "advocado" van een moeder.
Een even belangrijke rol als antagonist speelt deze keerde "niet zo oude heer van Grunsven". De man was ooit een hoge ambtenaar op het Ministerie van Welzijn en Milieuzaken en is nu een kenner van smart drugs, maar ook van feromonen, solitonen en baryonen; een liefhebber van SF die leeft in de "mogelijkheidsrealiteit" en op zoek is naar de oerhond. Hij wijst Lokien op het verhuisgedrag van zijn buren. Sommigen verhuizen zelfs weer terug naar hun oude woning -binnen een paar dagen - en hebben dan soms een kind meer of minder. Zo'n observatie is typisch Polet. Die anekdote van Grunsven moet letterlijk worden genomen: zo gaat het er in de virtuele stad aan toe. Aan de andere kant is er ook een symbolische betekenis: mensen lijken steeds meer op elkaar en nemen elkaar oppervlakkig waar.
Lokien is nog steeds journalist en schrijver (in ieder geval van Mannekino), maar veel houvast hebben we niet meer aan hem door al die afsplitsingen. Het lijkt soms wel of hij niet tijdens de Duitse bezetting, maar in de jaren zestig is opgegroeid. Terwijl een voormalige vriendin zeventig lijkt. Als Lokien zelf (?)maakt hij kennis met een interessante jonge vrouw, die over een karikaturale moeder beschikt, "een postmoderne moeder" die haar dochter , ,invult". De jonge vrouw brengt Lokien ook in contact met een soort ondergrondse sociŽteit van academici en kunstenaars, onder wie we tot onze verrassing Kees van Kootens creatie dr. Clavan aan treffen.
Een opvallende laag in Stadsgasten vormen de elf korte stukjes in cursief die telkens letterlijk merkwaardige gasten beschrijven. Een ervan is de "afstandsminnaar", die voedsel pleegt te deponeren voor de deur van zijn geliefde, in de hoop ooit door haar binnen te worden genood. Zijn het specimina van het schrijven van Lokien?
Maar hoe zit het met de politieke betrokkenheid? Twee kinderen gaan in het virtuele labyrint Amsterdam op avontuur, maar blijken in een burgeroorlog te belanden. Met deze afsplitsingen lijkt Polet op een bescheiden manier aandacht te vragen voor de nabije verschrikkingen die zich bijvoorbeeld recent in BosniŽ hebben afgespeeld.
Voor de rest is er even voorzichtig sprake van de kritische burger die de moderne misŤre van de grote stad niet op zich wil laten zitten, zoals
Polet ook "als zichzelf" ineen ingezonden brief in het opinieblad Vrij Nederland daartegen protesteerde.
Ik mag deze houding wel, net als de knorrige opmerking over "die generatie Nix waarover je zoveel leest, of liever las". Door Lokien en zijn afsplitsingen schemert dan ook vaak een Poletachtig personage. Indirect is de Lokiniade dan ook een beschrijving van de ontwikkeling van de ideeŽn van Polet. In dit verband vind ik het een winstpunt dat in Stadsgasten geen aparte "Notities" meer voorkomen. Die zijn best de moeite waard, maar horen in Polets essayistische werk thuis.
De beginopmerking dat de meeste romans afzonderlijk zijn te genieten, geldt niet voor mij. Maar een lezer kan ook met de achtste roman beginnen en de cyclus van achteren naar voren lezen. Een deel van het genoegen dat ik aan het lezen van Stadsgasten beleef, bepaalt de manier waarop vorige afleveringen van de Lokiniade door de tekst heenschemeren; bepalen de nieuwe perspectieven die Sybren Polet daarop telkens geeft. Maar ook de nieuwsgierigheid naar hoe hij het deze keer weer lapt, de meester van de mimicry en de fantasie, de chroniqueur van de gedaanteverwisselingen van Amsterdam.
En van zichzelf. Ik vind dat ook na 36 jaar nog steeds fascinerend.

print deze pagina print deze pagina