INTERVIEWS - REMCO HEITE
"De diktatuur van de literaire vorm doorbreken".


In het nawoord bij zijn laatste Lokienboek, De geboorte van een geest, stelde Sybren Polet dat er op zichzelf niets op tegen zou moeten zijn wanneer schrijvers meehelpen het proces van inzicht in hun werk te versnellen. Die hulp hoeft zich niet te beperken tot toelichting gepubliceerd in kombinatie met het werk zelf (voor- en nawoorden, aantekeningen, enz.), maar kan ook verstrekt worden in de vorm van essays en / of interviews. Zelf heeft hij op dit punt allerminst verstek laten gaan. Zo kan de essaybundel Literatuur als werkelijkheid van 1972 goeddeels beschouwd worden als een verantwoording van de eigen schrijfpraktijk.
Wel heeft Polet opgemerkt dat de moeilijkheidsgraad van n hoop werk, experimenteel werk vooral, sterk overdreven wordt. Als iemand zegt dat hij een bepaalde tekst 'moei' of 'onbegrijpelijk' vindt, zou dat meestal meer vertellen over degene die het zegt dan over de tekst in kwestie. Maar de uiteenzetting in De geboorte van een geest geeft hij toch toe dat er iets onredelijks zit in de omstandigheid dat lezers 'plotseling gekonfronteerd worden met een literaire verniewing of een gekompliceerd literair werk, hetzij poŽzie of proza, terwijl de maker vaak een lang rijpings- en gewenningsproces of ontwenningsproces heeft ondergaan; tijdens de rijpingsperiode is hij met afwijkende ideeŽn, nieuwe technieken e.d. vertrouwd geraakt, de anderen verkeren in het stadium van ontregeling, dekonditionering'.
Wat volgt is een interview dat al van zomer 1973 dateert en dat, in z'n geheel tenminste, tot op heden ongepubliceerd is gebleven. Wel verschenen fragmenten eruit in het Nieuw Vlaams Tijdschrift (30/8, okt. 1977) en in Restant(7/ 1 maart 1978).
Een aantal van de onderwerpen die aan de orde kwamen, is door de ondervraagde schriftelijk uitgewerkt.
In Literatuur als werkelijkheid zet je je een aantal keren nadrukkelijk af tegen wat je noemt 'een zinloosformalisme'. Je stelt: 'De kritische lezer gaat het niet alleen om het hoe, maar ook om het wat en waarom (:aanleiding, doel, enz.). 'Zou het gezien de huidige stand van zaken in de Nederlandse literatuur niet verstandig zijn die uitspraak om te keren? Misschien wel. Maar het gaat erbij het schrijven altijd om tot wie je je richt, welke groep of personen je in gedachten hebt. En dat was in dit geval niet die nog steeds grote groep voor wie vormgeving niets betekent, met die ga je geen dialoog aan. In feite ben ik zelf ook iemand die ontzettend veel aandacht aan vormgeving en strukturering besteedt, d.w.z. aan de vorm waaronder een zinvolle en effektieve uitkristallisering van ideeŽn en gevoelens plaatsvindt ; in die zin is hij er zelfs de meescheppende drager van. Waar ik me tegen richt is loze vormen van literatuur; dat noem ik formalisme en daar heb ik de nadruk op gelegd. En ik blijf het fout vinden dat binnen kleine maar belangrijke literaire kring voortdurend over vorm gepraat wordt alsof dat iets zelfstandigs is, een geÔsoleerd waarneembaar en omschrijfbaar geheel, dat los staat van maker en sociale kontext. Literaire vorm is in feite niet meer dan een kwestie van een schikking van woorden; voor de rest bestaan er betere termen om de aard van de uitingsvorm te omschrijven.
Je verstaat onder 'vorm' wel erg weinig: ook in je essay versta je onder 'formeel aspekt' de organisatie, de rangschikking van de woorden, inklusief de struktuur van het inhoudelijke dat onlosmakelijk aan die woorden gebonden is. Is het niet typerend dat je iets als woordkeus, ook een vorm aspekt, daarbij buiten beschouwing laat? Zelfs de keuze van het materiaal zou ik voor een deel tot de vormgeving willen rekenen.
Alleen tot op zekere hoogte; alleen de 'gekozen' vorm maakt, zoals ik al zei, van het inhoudelijke materiaal een effektief en zinvol gebruik. Maar dat is iets anders dan wat jij bedoelt. Zoals jij het bedoelt is het 't toppunt van formalisme: een zelfstandig patroon dat tegelijk vormgeeft aan en drager is van het materiaal, of liever, dat zelf het materiaal moet aandragen om de vorm zinvol te maken, te vullen, dus alle maal terwille van die vorm. Dat is een enorme claim die op het begrip legt. Zoiets vind ik bijna schokkend en ik loof niet dat het in die absolute zin mogelijk is, of wenselijk, al begrijp ik het verlangen.
persoonlijk ben ik geen voorstander van het verabsoluteren van de vorm. In mijn essay heb ik ook gezegd dat ik 'struk1uur' een beter woord vind, d.w.z. de struktuur van iets - en dat iets moet dan bestaan uit kritisch voorgeselekteerd materiaal, voorgekleurde woorden, anders raak je opnieuw verzeild in de hoek van de zelfstandige, verabsoluterende taalstrukturen'. Alleen op die manier kun je een relatie met sociale werkelijkheid uitdrukken, een sociale betrokkenheid. Niet door de vorm of de struktuur alleen, daar geloof k niet in. Ik ken trouwens geen voorbeelden.
Maar het materiaal bevat altijd die relatie met de sociale werkelijkheid.
In theorie, ja. De moeilijkheid is alleen dat theorie en praktijk zo uiteenlopen. Want wat toont de literaire praktijk ie uitgaat van de opvatting dat een literaire struktuur op zichzelf al zinvol kan zijn? Meestal 'taalstrukturen' met een sterk geabstraheerde inhoud, samengesteld uit taalflarden ie in een moeilijk te achterhalen relatie tot elkaar staan, uit beeldkomponenten die ver uiteenliggen en vaak niet meer achterhaalbaar zijn. Ze staan dan alleen nog in een taalrelatie tot elkaar en niet meer in een sociale relatie en meestal ook niet meer, of minder, in een kommunikatieve. De eind-indruk die zulke strukturen op mij als lezer maken is nogal amorf en ze laten ook geen duidelijke nabeelden na. Zelf verwacht ik van de literatuur iets anders. Misschien maak je een zgn. 'taalproces' mee, een vormgeving in taal, maar niet meer dan dat: iets neutraals, een voor mij te vrijblijvend proces.