SCHRIJVEN of NEERSCHRIJVEN
SIGNALEN

WIE HET HAAST NIET MEER vindbare geluk ten deel valt in een stille straat te wonen in een grote stad, weet ook dat èchte stilte uitgesloten is. Hij zal het niet altijd bewust opmerken, maar zijn leven wordt van morgen tot morgen begeleid door achtergrondgeruis. Het doet er niet toe waar hij woont, de onophoudelijke geluiden van de drukke verkeersaders zullen altijd tot zijn huis overwaaien en zijn kamer binnendringen, ook al zou er verder geen bromfiets door de straat zelf komen. Vooral op een vriesheldere avond lijkt het net of hij in het centrum van een geluidsbaaierd huist en voor heel West-Nederland, dat uit bijna evenveel wegen bestaat als woongrond, geldt min of meer hetzelfde. Nagenoeg iedereen woont tegenwoordig aan een straat of aan een verkeersweg.
HET LEVEN van de moderne mens wordt dus voortdurend begeleid door achtergrondgeruis en hoe gevoeliger of nerveuzer hij is, des te meer zal hij zich hiervan bewust zijn en destemeer zal hem dit hinderen. Het grootste deel van dit achtergrondgeruis is onbestemd, onduidelijk, maar zo nu en dan komen er signalen tot hem die heftiger zijn en die hij kan duiden. Soms vergist hij zich; hij denkt dan dat er een boemeltrein door de stad rijdt, terwijl het in werkelijkheid het dreunende televisieapparaat van zijn buurman boven is, of de radio van buurman onder, of de stofzuiger van buurvrouw links of rechts.
HET IS NIET ALLEEN de preoccupatie in een deel van mijn werk met de moderne techniek en mijn woedeaanvallen tegen lawaaivoortbrengers die mij vaak het gevoel hebben gegeven een seismograaf te zijn, een oscillator, die uitslaat en reageert op de signalen die van overal om hem heen tot hem komen en die vaak fel uitslaat. Het lijkt mij fascinerend de zwakke, meestal on- bestemde geluiden op te vangen die uit het oneindige heelal voortdurend tot ons komen, zoals sommige geleerden dag en nacht doen; fascinerend en om gek van te worden, zoals ik na de oorlog bijna dol werd van al de nieuwe signalen die op mij afstormden. Daar ik vroeger mijn halve leven sleet met lezen en zo lang ik mij kan herinneren ,,schrijver" wilde worden, ontving ik de hevigste signalen door mijn lectuur. Zo zal ik niet licht de schok vergeten die de Bekentenissen van Rousseau mij bezorgden toen ik een jaar of zestien, zeventien geweest moet zijn. Ik weet het. die Bekentenissen zijn een lachertje vergeleken met wat zestienjarigen vandaag de dag lezen, maar ik werd dan ook vooral getroffen door de volstrekt opene zelfanalyse erin (een zelfanalyse zoals ik die later alleen nog maar tegen gekomen ben in Le Sabbath van Maurice Sachs en de autobiografie van John Cowper Powys) en bovendien leefde ik in 'n provinciestad in het oostelijk deel van het land, bovendien in oorlogstijd, en bovendien in een orthodox-protestants milieu. De signalen waren beperkt dus en kwamen sterk gefilterd door.
WELDRA werden ze heviger en volgden steeds sneller op elkaar. Vooral nadat ik mijn geloof vaarwel gezegd had - een Iangzaam en pijnlijk proces -kwam ik open en bloot te liggen voor de stemmen van het ,,Jenseits", waaronder de zeer krachtige poëtische als die van Marsman en later Achterberg; de stemmen van filosofen en psychologen, van theologen, kultuurcritici en parapsychologen, van schilders, musici en filmers, van toneelschrijvers en vitaminejagers , van betweters en poli tici. Ik heb op hun signalen gereageerd tot ik er bijna overspannen van werd, tot ik zelf een betweter dreigde te worden of een niets-is-meer-waar-weter, wat even irritant is. En ik dank de hemel dat ik mijn interesses tenminste voor een deel heb weten te kanaliseren. In de loop van de laatste vij ftien jaar zijn die stemmen, die signalen, zo veelvuldig geworden, dat een groot deel niet meer duidelijk klinkt en van een klein deel is de invloed nog maar achterhaalbaar; de rest is tot achtergrondgeruis geworden. Aan de andere kant hoop ik mijn leven lang een seismograaf te blijven, gevoelig voor en reagerend op signalen van buitenaf, alleen dan heb je het gevoel dat je lee ft. Niet tè gevoelig en niet tè sterk reagerend, want wie dat doet belandt in een krankzinnigengesticht.
MAAR GOED, INMIDDELS was ik zelf naamgever geworden, een dichter, die zijn woorden en zijn signalen aan de mensen voorlegde om op te reageren, een hachelijke en verantwoordelijke onderneming waarvan ik mij de risico's altijd wel bewust ben geweest. De naamgeving moest niet alleen nieuw zijn, maar ook juist. Was ik zelf niet zolang de dupe geweest van vooroordelen, slordige denkwijzen en gemakzuchtige opvattingen? Opgepast, dus, dacht ik, vooral voor iemand die in aanleg een mysticus is, zoals de meeste dichters overigens. Deze reactie is misschien ook de reden dat ik mij nooit aan een ongelimiteerd associëren heb kunnen overgeven; ik hield het gedicht graag wat meer aan teu gels in de hand. Mystiek, best; magie, best; maar dan toch ook nog even qecontroleerd door een andere functie van de geest die meestal met denken aangeduid wordt. Het funeste resultaat van een te gemakkelijke mystiek en een te vaardig uitgeoefende magische invloed hebben we te vaak meegemaakt in de Twintigste Eeuw. Vertrouw de signalen niet te snel, signalen kunnen bedriegen, zoals onze ogen of ons gevoel ons kunnen bedriegen, of het televisieapparaat van buurman boven. Laat ze dan liever terugzinken in het onvermijdelijk achtergrondgeruis.
EEN HEFTIG SIGNAAL van een jaar of zeven, acht geleden. Een citaat uit een bekend boek van Piaget, aangehaald door dr. J. A. Westerman Holstijn in zijn voortreffelijke ,,Inleiding tot de ontwikkelingspsychologie." Een meisje van 9 jaar vraagt: ,,Papa, is het waar dat God bestaat?" De vader antwoordt dat hij er niet al te zeker van is. Waarop het meisje repliceert: ,,Hij moet wet bestaan, want hij heeft een naam." Dit is een aandoenlijk en op het eerste gezicht zelfs een zeer wijsgerig antwoord dat vele lezers een herkenningssignaal zal bezorgen. Maar het is tevens een klassiek voorbeeld van magisch-concreet en als zodanig vrij primitief denken, zoals dichters meestal doen als ze dichten. Het is een aantrekkelijke en vooral poetische vorm van denken, maar ook een die men niet geheel ongecensureerd door mag laten of als eindfase beschouwen, netzomin als men dichters op het eerste woord moet vertrouwen. Ten slotte kan men ook willekeurig namen geven en kunnen de meest vreemde fenomenen met goddelijk worden betiteld, zoals in het verleden ook dikwijls is gebeurd en nog gebeurt. Ik zei het al, naamgeven, dichten is een riskante zaak. Een van mijn eigen dichtregels luidt: ,,En ik geloof erin omdat ik het geschreven heb." Ik ben er zelf even van gesckrokken toen ik het neerschreef. Maar, dacht ik, ik aanvaard het risico omdat ik alleen die dingen hoop neer te schrijven die door heel wat lagen van bewustzijn zijn heen gegaan. Alleen dergelijke waarheden bezitten ook geldigheid voor anderen, of liever kunnen die bezitten. Alleen dergelijke dingen zijn werkelijk geschreven en niet alleen maar neergeschreven of overgeschreven.

Sybren Polet is 19 juni 1924 te Kampen geboren. Hij woonde onder andere in Stockholm en op de Canarische Eilanden; reisde veel, van Noordkaap tot Sahara; vertaalde uit het Frans, Engels en Zweeds: is redacteur van het litteraire tijdschrift Podium. waarin hij in 1949 debuteerde. Hij publiceerde de volgende werken: Poëzie: Demiurgasmen, Organon, Geboorte-Stad, Lady Godiva op scooter, Konkrete Poëzie (voorjaar 1961. Proza: Klein Kareltje wordt Keizer, sprookje; De Steen. sprookjesroman; Breekwater, roman zojuist verschenen). Toneel: Het Huis één-akter (première Avantgarde-Toneelfestival Brussel, 1960); een avondvullend stuk in voorbereiding. Bloemlezingen: De stenen bloedzuiger, science-fiction- verhalen; De vuurballons, idem; Het warme Noorden, bloemlezing uit de moderne Zweedse poëzie (met Amy van Marken); 1900-1950, Bloemlezing uit de moderne buitenlandse poezie in Nederlandse vertaling (verschijnt laatste week van november). Hij werd bekroond met de Jan Campertprijs (voor Geboorte- Stad), Poëzieprijs gemeente Amsterdam (voor gedicht 'Woonruimte' uit bundel Geboorte-Stad) en begiftigd met een reisbeurs van O. K. en W, voor , Lady Godiva op scooter", De bundel Geboorte-Stad werd geschreven in opdracht van het ministerie O. K. en W.
Sybren Polet leest voor uit eigen werk op Querido-plaat SVS 6008.

print deze pagina print deze pagina